Adri van Beelen

Adri van Beelen (Leiden, 1959) is journalist en schrijver. Hij schrijft behalve journalistieke producties ook romans, novellen en korte verhalen.

Nieuws en agenda


22 februari 2019

Fragment uit de novelle

 

De geur van Gauloises

 

 

'Pardon, meneer Rupard, mag ik u iets vragen? Eva Luimens keek me ietwat verlegen aan. We stonden op de trap van het appartementengebouw. Ik rook een aangenaam, elegant parfum. Lelie en vanille. Het was eind maart. 

‘Kunt u me zeggen wanneer u mijn man voor het laatst gezien heeft?'
Hoe roep je een dergelijke herinnering op, iemand zien die in hetzelfde complex woont, maar die je nooit spreekt? Vaag zag ik hem voor me, gekleed in een winterjas, thuiskomend. Wanneer was dat? Begin december? Half december?

 'Het geeft niet', zei ze. Ze wilde doorlopen, ik hield haar tegen. Ik vroeg haar waarom ze dat wilde weten.

 'Hij is sinds begin januari niet meer thuisgekomen.’

Eva woonde in hetzelfde gebouw als ik, aan de Rue Blanche in Parijs. Zij op de tweede etage, ik op de begane grond. Ze was Hollandse, slank, roodharig, bekoorlijk, met een gezicht vol sproeten. Ik had haar weleens vluchtig gesproken bij de voordeur van het gebouw.

 Diezelfde avond ging ik naar haar toe. Het had me niet losgelaten. Hoe kon het dat haar man sinds januari niet meer was thuisgekomen? Wat was er voor die tijd gebeurd? Ze liet me binnen en bood me iets te drinken aan. Al vrij snel vertelde ze haar verhaal. Haar man heette Marcel Tuchner. Hij kwam uit Marseille, was donker en iets gezet. Plantureus, noemde Eva dat. Ze hadden elkaar ontmoet in La Ciotat aan de Franse zuidkust. Na de huwelijksvoltrekking betrokken ze het appartement aan de Rue Blanche. In Parijs hadden zij meer toekomst, vonden ze. Ze kochten de minimale inboedel voor een tweepersoonshuishouden, met als pronkstuk een antiek biedermeierkastje met sierlijke deurtjes. 

Marcel had een drukke baan als jongste bediende in een gerenommeerde tapijt- en gordijnhandel. In zijn vrije tijd verzorgde hij dieren in de onlangs heropende dierentuin Parc Zoologique. Eva werkte als secretaresse bij een firma in glas- en serviesgoed. Ze was elke dag als eerste thuis om te koken, zodat Marcel op tijd kon eten. Het leven verliep goed en rimpelloos. Tot de eerste woensdag van januari waarop alles anders werd. 

Op die woensdag werd nog vóór het middaguur elders in de stad de aanslag gepleegd op de redactie van Charlie Hebdo. Twee gemaskerde mannen met kogelwerende vesten richtten hun machinegeweren op onschuldige ‘schuldigen’. Eva hoorde van de aanslag tijdens haar werk, maar ze werd te veel door ordners, lijsten en rekeningen in beslag genomen om er aandacht aan te kunnen besteden. Aan het einde van de middag ging ze naar huis. Ze dacht wel aan de aanslag maar probeerde het zoveel mogelijk van zich af te zetten. Eva deed de dingen niet anders dan anders, ze zette de pannen op het vuur en de borden op tafel. Ze hield van het dwingende ritme van de dag, van steeds dezelfde loop der dingen. Daarna deed ze de tv aan en bekeek de verwikkelingen rond de aanslag. De aanslagplegers waren nog voortvluchtig. Er waren twaalf mensen om het leven gekomen, vijf van waren cartoonist. Zij moesten dood omdat ze spotprenten over de profeet gemaakt hadden. Zo kon creativiteit mensen fataal worden. Eva slikte en keek naar de donkere lucht boven de huizen aan de overkant, die een zekere troost bood. Soms kon de hemel een dempend effect hebben. 

Marcel kwam niet om halfzes thuis. Het eten koelde af en Eva pakte haar mobiel om hem te bellen. Tevergeefs. In de daaropvolgende dagen bezocht ze alle personen en plaatsen die belangrijk voor hem waren: zijn beste vriend, zijn baas, zijn werk. Niemand wist waar hij was.Ze bood me nog wat te drinken aan en stelde vragen over mijn werk als violist bij het Orchestre de Paris. Ze luisterde aandachtig naar mijn verhalen over concerten, tournees, dirigenten en soms moest ze lachen om een van mijn opmerkingen. Ze vond het prettig dat ik bij haar was. Zo kon ze ook eens ergens anders aan denken. Later op de avond schakelde ze echter weer over op Marcels verdwijning. Ze vertelde hoe de politie een week na zijn verdwijning bij haar langs was geweest om alles te onderzoeken en om een DNA-profiel van hem te maken.

Wurgende onzekerheid slaat alles uit handen. Ze had liever dat hij dood werd binnengebracht dan dat er nooit meer iets over zijn lot bekend zou worden. Daarom was ze min of meer opgelucht toen de politie belde met de mededeling dat ze het lijk van Marcel gevonden hadden in de Seine, enkele kilometers stroomafwaarts bij Haute-Isle, ruim een uur rijden vanaf het centrum van Parijs. Ze moest het lijk dezelfde middag in het anatomisch-pathologisch laboratorium van het Institut Médico-Légal de Paris identificeren. Het gezicht en de romp van het kadaver waren nog redelijk intact, maar wel opgezwollen als glanzende roodblauwe ballonnen. Ze kreeg braakneigingen. Snel liep ze de sectieruimte weer uit, met haar hakken wegglijdend op de gladde tegels, ze kon zich nog net staande houden. Ze schudde nauwelijks zichtbaar haar hoofd, haalde weer diep adem en zei tegen de patholoog-anatoom: ‘Ik weet niet hoe u erbij komt, maar ik kan u verzekeren: dit is niet Marcel.'

We zagen elkaar nu vaker, Eva en ik. Het voelde vertrouwd. Ik luisterde naar haar verhalen en zij luisterde naar mijn vioolmuziek. Speciaal voor haar speelde ik Humoresque, Eine kleine Nachtmusik of het thema uit Schindler’s List. Ze keek naar buiten en droomde weg als ik speelde. Soms sprak ze opeens over Marcel en zijn verdwijning. En over de aanslag. Ik zei dat ik niet wist waarom de dingen gebeurden zoals ze gebeurden. Ik wist niet waarom mensen vanuit zogenaamde overtuigingen bepaalde handelingen uitvoerden. Ik vertelde over mijn jeugd aan de westkust, de vertrouwde omgeving waar ik was opgegroeid. Daar ontmoette ik Duitse toeristen, mensen die er niet welkom waren, maar toch wilden kijken naar de restanten van de strijd op Omaha Beach, restanten van tanks en de uitrusting van soldaten. Ze werden ernaartoe gezogen als water dat kolkend naar het laagste punt wordt getrokken. Ze wilden weten hoe de tegenstanders van hun grootvaders gehandeld hadden en hoe het gebied waar de bevrijders geweest waren er precies uitzag. Zelfs de Duitsers wilden dat zien, misschien uit piëteit en gevoelens van spijt. Soms werden de Duitse toeristen beschimpt, bedreigd en weggehoond.

Mijn eigen opa, Constantin Rupard, koesterde een intense haat jegens de Duitsers. Hij had in de oorlog in Colleville-sur-Mer eigenhandig een Duitse soldaat vermoord. De jongen droeg geen wapen meer bij zich en had zich verschanst achter een hoop stenen tegen de kerkmuur. Op een klein bordje op de kerk stond geschreven: ‘Heb je naaste lief als jezelf’, zo hoorde ik later van een buurman. De soldaat was niet ouder dan achttien jaar, een jongen nog. Een open gezicht, geteisterd door de helse gevechten en het onbeschrijflijke leed. Een jongen, van nature goed en meegaand, vol levenslust en hoop, maar door de omstandigheden meedogenloos geworden, gehard door de strijd. Nu huilde hij als een kind, achter de hoop stenen naast de kerk. Hij had geen helm meer op en zijn blonde haren wapperden in de wind. Zijn angstige blauwe ogen waren op Constantin Rupard gericht. Met die blik had hij de genade uit Rupards gemoed gesmeekt.

Het duurde niet lang of ik werd ’s morgens wakker in Eva’s bed. De eerste keer hadden we de avond ervoor meer gedronken dan gegeten: anderhalve fles witte bourgogne. Daarbij aten we wat overgebleven quiche en een beetje pasta. Het voelde intiem, Parijs werd buitengesloten, de stad was niet meer dat een wazig licht dat door de ramen naar binnen viel. De volgende ochtend bij het ontwaken waren we volledig naakt. Mijn hand rustte op haar heup. Ze lag met haar rug naar me toe, haar gezicht tegenover het kleine lage biedermeierkastje. Zo bleven we liggen, in elkaars warmte.

 

13 oktober 2017

De familie Duinen

 een kroniek in 35 hoofdstukken

Mijn nieuwe boek bevat een bijzonder genre: een feuilleton, of zoals men tegenwoordig zegt 'een soap' waarin de belevenissen van een Katwijkse familie centraal staat. We volgen Willem en Anna Duinen, hun ouders, kinderen en vrienden van 1922 tot 2000, het nieuwe millennium. Op vrijdag 13 oktober 2017 overhandigde ik het eerste exemplaar aan Leendert de Vink.

Primavera Pers

160 pagina's

14,50 euro

Bestellen


 


 



















Interview over De familie Duinen in het Leids Dagblad van 12 oktober 2017

 




De Vrouwenverzamelaar

In 2015 verscheen mijn roman, De Vrouwenverzamelaar, over een man die verslaafd is aan vrouwen. Tót het moment waarop hij echt verliefd wordt. Koop het boek bij je favoriete boekhandel, of bestel hem via Bol.com door op de cover hieronder te klikken.

Of klik hier voor de ebookversie

 

 

De Vrouwenverzamelaar bij bol.com

Voor rechtstreeks contact, klik hier